Ontdekken in het cijferwinkeltje

oma Blom heeft een winkeltje vol cijfers

met enen, tweeën, drieën en zo voort

oma Blom heeft een winkeltje vol cijfers

misschien heb je er wel eens van gehoord

zoek je cijfers om te tellen,

zoek je cijfers voor een som

zoek je soms gekleurde cijfers

ga dan snel naar oma Blom…

Het cijferwinkeltje is een prentenboek van Marianne Busser, Ron Schroder en Ingrid Koele. In dit boek krijgt opa Brom van het letterwinkeltje een buurvrouw: oma Blom. Zij begint een winkeltje in cijfers. Natuurlijk komt opa Blom even kijken en neemt een bosje bloemen mee. Er komt een meisje die de cijfers wil leren en oma leert een jongentje eraf-sommen door te oefenen met dropjes. Oma verkoopt steeds meer rekenspullen. En opa komt ook steeds vaker in het winkeltje en uiteindelijk dromen ze beiden van een bruiloft.

Met het boek zijn heel veel rekenactiviteiten mogelijk. Het gaat niet alleen over tellen maar ook allerlei andere rekenbegrippen die kinderen moeten kennen om te leren rekenen, zoals groter en kleiner, meer en minder, delen, sorteren van dingen…

Enkele kringactiviteiten:

-de volgorde van de getalsymbolen  herkennen in de getallenrij:   Toen oma een doos vol cijfers had laten vallen hielpen wij oma met het bij elkaar zoeken van de kaarten.

- Sorteren. Waar hebben we het meeste/minste van? Waar hebben we evenveel van?:   De postbode had een doos bezorgd met allemaal nieuwe spullen. Wij hielpen oma met de spullen uit de doos halen en te sorteren.

- verkort tellen, even en oneven:   We maakten een weg met huizen. Aan de ene kant van de weg staan huizen met een even huisnummer, aan de andere kant huizen met een oneven huisnummer.

- Cijfer koppelen aan de zin die de juf zegtt:   Oma verkoopt niet alleen cijfers, maar samen met opa Brom rijmt oma ook graag met cijfers. Ook wij bedachten veel rijmwoorden op één (steen- been- teen), twee (snee, zee), drie ( ski, knie, wie, zie) en zo voort. Maar kunnen we ook het cijfer koppelen aan de zin die de juf zegt? De juf deelde de cijferkaarten van 1 tot 10 uit. De kinderen met de juiste kaart moesten op een zin reageren.

Ik heb het niet gezien, zei cijfer…      (10)

Ik moet heel veel wegen, zei cijfer…  (9)

Wat heb ik een kracht, zei cijfer…      (8)

Ik heb heel veel neven, zei cijfer…     (7)

Ik heb hier een fles, zei cijfer…          (6)

Mijn nek is heel stijf, zei cijfer…         (5)

Kom jij maar hier, zei cijfer…             (4)

Ik heb een zere knie, zei cijfer…        (3)

Ik vaar op de grote zee, zei cijfer…    (2)

Ik heb een heel lang been, zei cijfer… (1)

We kregen er geen genoeg van. We leerden ook nieuwe woorden als kassajuffrouw, de klant, de folder, reclame, de barcode, pinnen. Maar het spelen in het winkeltje blijft toch het leukst. We zitten net als oma Blom achter de kassa en helpen de klant met het kiezen van producten. ‘Hoeveel blokjes wilt u?’ ‘Welke kleur?’  En dan moet de klant natuurlijk nog betalen.  Jammer dat het cijferwinkeltje bijna gaat sluiten. Maar er komt vast weer een nieuwe winkel in onze klas.

 

IMG_3849
IMG_3845
IMG_3853
IMG_3854
IMG_3835
IMG_3857
IMG_3846
IMG_3851
IMG_3850
IMG_3855
IMG_3858
IMG_3852
IMG_3861
IMG_3862
IMG_3863
IMG_3847
IMG_3821
IMG_3856